Man met hond
Het tweetal gillende meiden op een fatbike ontwijk ik nog maar net. Haiku kijkt me verwilderd aan. Vroeger hapte hij wel eens naar scooters, maar sinds er fatbikes over de dijk rijden weet hij het niet meer.
We lopen langs het huis waarachter het raam twee pittige honden naar een arenagevecht hunkeren. Bij gebrek aan tegenstanders mishandelen ze alvast de luxaflex. Haiku, mijn held op sokken, weet dat hij veilig is en beschouwt het als een opwarmertje voor straks. Dan mag hij los op dat rare stukje dijk tussen de Ringweg en het bedrijventerrein, dat tot losloopgebied is verklaard.
Hij rent hoopvol naar het einde van de wereld: de achterkant van een tuincentrum waar het ruikt naar klei en kanaries. Terwijl we samen door de modder ploeteren, waarschuw ik hem niet de sloot in te springen. Volgens mij is het een lozingspunt van het riool, maar dat denk ik al snel. Ik spreek hem vermanend toe als hij weer kwispelend uit de sloot klautert. De paarden bij de manege maken een neerslachtige indruk. Het past allemaal bij dit stukje rafelland van de Westzanerdijk.
Dan breekt plotseling de zon door. Uit het niets vliegt er een ijsvogel pijlsnel over het wateroppervlak van de sloot. Hij raakt het water een paar keer in zijn vlucht en is sneller dan een fatbike. De paarden achter mij maken een spong van vreugde. De duiven in de hokken bij de sjoelvereniging koeren tevreden.
Tevreden constateer ik dat de pittige honden achter het raam nog een stuk van de luxaflex hebben overgelaten, waarschijnlijk om morgen hun werk af te maken. Met verende tred loop ik met Haiku terug naar huis.