Het Jaap-Holm effect

Als kind was ik gebiologeerd door een boek dat een duidelijk christelijke signatuur had. Het boek was getiteld ‘Jaap Holm en z’n vrinden’ van WG van de Hulst (1910). Het ware beter geweest als de schrijver het boek de titel ‘geen sprankje hoop’ had meegegeven. Ik las het vele malen uit, gefascineerd als ik was door de masochistische walmen die uit het boek opstegen.

Jaap groeide op in een armoedig gezin, zijn vader was zijn baantje als baanveger kwijtgeraakt, natuurlijk wegens een licht vergrijp dat later ook nog onterecht bleek te zijn. Hij werd door de lokale kapitalist de laan uitgestuurd, in de persoon van de vrekkige herenboer Baas Brom (vúrt, ût m’n bongerd!). Van de Hulst noemt dit niet in zijn boek, maar het was een tijd dat landlopers, flierefluiters of onterecht beschuldigde baanvegers door de overheid naar de achterlanden van Drenthe werden verbannen om er turf te gaan steken. Dit soort misstanden waren toen normaal en zijn vreemd genoeg zelden onderwerp van gesprek bij tegenstanders van Zwarte Piet met hun starre fixatie op ons slavernijverleden.

Er zat nooit iets mee in dat boek, want bij Jaap thuis lag er een zusje in de wieg dat hartverscheurend huilde, natuurlijk van de honger, dat spreekt.  En steeds maar weer vroom blijven geloven in God, want die had het allemaal zo bedacht. Elke tegenslag werd op die wijze weggerationaliseerd en naar een hogere spirituele beleving verheven. Behaaglijk gezeten naast de kolenkachel las ik keer op keer het dieptepunt van dit verschrikkelijke boek, hoewel dat voor mij het onbetwiste hoogtepunt was. Jaap was met zijn vriendje Kees, het zoontje van de dorpshuisarts, in de vrieskou gaan sneeuwruimen op het ijs. Het was natuurlijk altijd ontzettend koud in dat klotenboek, want er ging geen gelegenheid voorbij zonder dat het je werd ingepeperd en het leven geen pretje is en dat het ook nooit een lolletje zou worden. Het was dus een hele opsteker dat na het sneeuwruimen het opgehaalde geld door een zwerver werd gestolen, want meevallers, daar koop je niets voor. Natuurlijk moest het zusje nu nog luider blèren van de honger. Jaap kreeg bij Kees in de bijkeuken godbetert een boterham toegestopt. Zo werden en passant ook nog de klassentegenstellingen geconsolideerd.

Tegelijkertijd had het ook wel iets aantrekkelijks, zo’n overzichtelijke sadistische samenleving, met duidelijke winters en dunne kleding. Als het u tegenzit, lezer, denk dan aan dit verhaal. Dan ervaart u vanzelf de heilzame werking van het zgn “Jaap Holm-effect’’. Het kan immers nooit beroerder worden dan dit verschrikkelijke boek. Maar geef het nooit aan uw kind. Ik zie mij hierin gesteund door Maarten ’t Hart die W.G. van Hulst ongeschikt vindt om een opgroeiend kind enig inzicht in leven en wereld te geven. Hij heeft Jaap Holm en z’n vrinden ook altijd een vreselijk boek gevonden. In dat opzicht is ‘t Hart een wapenbroeder.

Scroll naar boven