De hoek

Ik woon op een hoek en zit opgevouwen in het keukenkastje, maar niets helpt. Trams rinkelen voorbij en een scooter neemt schrapend de bocht. Altijd staan er kletsende hoekmensen voor mijn raam, soms zijn ze verliefd met zoekende zweethanden, een man schreeuwt dat hij zijn familie gaat onterven. Honden oefenen er hun blaf.

Ik klim uit de kast en zoek de strop die ik kocht bij de touwslagerij. Buiten zie ik een eenzame jonge vrouw in een rolstoel, ze fluistert of ik haar naar dat kaarsrechte kanaal wil rijden voor het laatste duwtje. Ik weet dat het water daar slechts op enkelhoogte staat. Aan de drooggevallen oever vraag ik haar hand.

Scroll naar boven