Felicitatiedienst

Mijn moeder had de neiging mensen onverbloemd te portretteren. Een vrouw die bij ons in de straat woonde kreeg de bijnaam ‘de Kenau’. We voelden allemaal aan dat deze onzachtzinnige typering alleen voor intern gebruik was.

Het ongelukkige schepsel woonde naast ons op kamers, dag en nacht gehuld in een stevig mantelpakje en knarsende nylonkousen. Ze was vrijgezel, maar met de felicitatiedienst kon ze wél vaste verkering krijgen. Elke dag zag ik haar op platte, stevige schoenen naar haar Dafje marcheren. De kofferbak vulde ze hardvochtig met geboortedozen. Haar schelle stem teisterde mijn kleuterhoofdje. Ik keek haar na als ze zigzaggend de wijk uitreed, op weg naar een nieuwbakken moederdier.

Op een dag zat ik in mijn moeders stoel, mijn wang vlijde zich tegen haar angoratrui die ze daar had laten liggen. De stilte in de straat werd verstoord door een voorbijrijdende vetkuif op een buikschuiver. Toen hoorde ik het Dafje, het kwam onzeker de straat inpruttelen.
De deurbel ging.
‘Mam, het is de Kenau!’
Te luid. Snikkend liep ze weg, ik voelde een knoop in mijn maag. Even later zag ik haar met gebogen rug naar een nieuw slagveld rijden voor felicitaties en een bommentapijt van babydozen. Schaamte is een gerecht dat moeilijk te verteren is.

Scroll naar boven