De informateurs

Het blauwe zwaailicht glijdt als een zoeklicht over de gebarricadeerde huizen.
‘Jeanne, de informateur staat aan de voordeur!’
‘Zeg dat ik niet thuis ben.’
‘Bij de achterdeur staat er ook een.’
‘Verzin iets, ik ben weg, mijn nevenfuncties aan het sorteren.’
‘Ze zeggen dat het vaderland roept en dat het glazen plafond…’
‘Hoepel op met je plafond.’
‘Ik geef het door.’
De ene informateur ontsteekt in woede, de andere barst in snikken uit.
‘Ik zie ze weer weglopen, ze hadden het over een belangrijke post in een buitenland, zonder enig bereik.’

‘Wacht, stop, ik kom eraan, even aankleden.’

Scroll naar boven