De gebruiksaanwijzing

Ik ben geboren met een tikfout. Op het geboortetegeltje in huis prijkt trots het jaartal 1950, terwijl ik volgens het gemeentearchief in 1951 ben geboren. Een kleine vergissing, maar je moet verder zo kort na de oorlog. Gelukkig klopt de naam: Gustaaf Adolph van Zijderveld. Als ik mijn naam uitspreek aan een loket of slagboom, staren mensen me glazig aan. Ze hadden liever Jan gehoord, u ook, geef maar toe. Zou ú niet fronsen bij Adolph? Dan verdient u applaus voor uw acteertalent. Als u even dat mobieltje op stil zet dan leg ik het uit.
In 1917 werd mijn vader ook geboren als Gustaaf Adolph van Zijderveld.
Niemand kon vermoeden dat een Duitse politicus onder de naam Adolf bekend zou worden, let wel, zonder Gustaaf. Ik erfde mijn vaders volledige naam, alsof ik alvast oefende voor iemand die ik nooit zou worden. En nee, leg dat mobieltje weg, ik ben nog niet klaar. Let op de spelling: Adolph met ph. Zo hield mijn voorgeslacht die Duitse politicus uit de schijnwerpers, want die was al zó vaak in het zonnetje gezet. Familietraditie won het van dat ruzietje met de buren.
Bij loketten overhandig ik altijd eerst een geïllustreerde verhandeling over mijn naam, dat spaart tijd. Op Ben-Gurion Airport pak ik het luchtiger aan: “Ik ben vernoemd naar de Zweedse koning Gustavus Adolphus de Grote, ook wel bekend als de Leeuw van het Noorden.” Dat opent deuren en slagbomen.

Dan het Tweede Misverstand. Mijn roepnaam Gudo, een samensmelting van Gustaaf en Adolph, brengt nieuwe verwarring. Sommigen blijven hardnekkig Guido zeggen, ook al kennen ze me al jaren. Niets helpt. Als buitenlanders zich eraan wagen, kramen ze er een soort “Rrudo” uit, soms gepaard gaand met kokhalsgeluiden: “Chgudo.”
Terwijl ik dit opschrijf word ik gebeld. Ik neem op.
‘Goedo?’
Niet gek voor een Indiaas callcenter.

Scroll naar boven